h1

frame 76 | zahradkari kersku

9 april 2011
Snowdrop Celebrations

Snowdrop Celebrations | Jirí Menzel, 1984

In Snowdrop Celebrations (Slavnosti Snezenek) lopen de hele film lang twee mannen met een pot verf, een kwast en een vel papier rond. In het papier zijn de woorden zahradkari kersku uitgeknipt. De ondertiteling vertaalt dat als “a gift from the gardeners to Kersko” (Kersko is een streek in Tjechië). Ze gebruiken dat papier als mal, om hun ‘tag’ op muren, bankjes en andere objecten aan te brengen.

De twee tuinmannen staan volledig los van de film, alhoewel ze in hetzelfde plattelandsdorpje ronddwalen als de rest van de personages. Ze spreken de hele film geen woord. Ze duiken af en toe op, lopen voorbij in de achtergrond of komen opeens het beeld in, zetten hun graffiti en verdwijnen weer. Ze lijken de andere karakters in de film niet te kennen. Het enige wat we hen zien doen, is het aanbrengen van hun slogan. Hun handeling blijft ongemotiveerd. Op de aftiteling zijn geen “zahradkari” te vinden; de acteurs die de tuinmannen spelen, krijgen een lege credit.

Maar het is volkomen duidelijk wie zij zijn. Vladimir en Estragon hebben uiteindelijk dus toch hun boom verlaten. Voor zover wij weten, wachten ze nog steeds op Godot, want als die in de tussentijd gearriveerd was, zouden ze hier niet zijn geweest. Ze zijn kennelijk dus in beweging gekomen en zijn in Kersko beland, in een door god en geschiedenis vergeten dorpje waar leven en dood, mens en natuur in een evenwichte balans hangen, die sommigen lyrisch zouden noemen maar ook een soort culturele ‘obsolescentie’ vertegenwoordigt. We kennen die balans maar al te goed: uit glossy lifestyle magazines, Boer Zoekt Vrouw, Nederlandse plattelandsromans en al die tenenkrommende Nederlandse films die over de Unverdorbenheit der Jugend gaan – een balans waaraan wij in ons oneindige, maar onbewuste, cynisme de valse term ‘authenticiteit’ hebben toegekend – een term uit het economische jargon, die er vooral toe dient om diezelfde lifestyle magazines, programma’s, boeken en films aan degenen te verkopen die zichzelf groots en meeslepend droomden maar vastzitten in hun materialistische carriereleventje, het vooral over salaris, auto en seizoenskaart/echtgenoot hebben en daarom ‘authenticiteit’ voor zichzelf kopen: spullen, vakanties, ervaringen.

Nee, in Snowdrop Celebrations biedt de balans tussen mens en natuur geen spiritueel evenwicht, maar duidt simpelweg op de sociaal-economische achterstelling van de streek: hier wonen de plompe plattelanders die het tempo van modernisatie en industrialisatie niet hebben kunnen bijhouden; de achterblijvers, degenen die te langzaam waren voor de welvaart, de verliezers die hun verlies maskeren door maar gewoon door te leven alsof er niets aan de hand is en zich opsluiten in hun anachronistische leefwereld om zo de echte wereld, die hen telkens herinnert aan hun verlies, buiten te sluiten, onzichtbaar te maken en te vergeten (enige parallel met het huidige Nederland lijkt zich op te dringen).

In het bosrijke Kersko is er niks van waarde: het bier, de salamiworsten, de rivaliteit tussen twee jachtclubs uit twee aangrenzende dorpjes, een vleug van liefde – terloops en berustend. Dat al die banale zaken juist de waarde van de levens in Kersko bepalen, duidt dus niet op de ‘kleine dingen in het leven’ kitsch, maar op het simpele feit dat er niet meer in zit, dat ze niet beter kunnen. De verweesde homo economicus zal er ongetwijfeld een typisch Tjechische “eenvoud” in zien, maar feitelijk bevinden we ons hier in een saai dorpje vol van leegte en verveling. Dit is alles wat er is, en meer gaat het niet worden.

Het leven in het dorp en de beslommeringen van de personages zijn zo klein en onbenullig dat het zoeken is naar een motief, een thema, een handeling. Of dus wachten. Wachten op een motief, een thema, in ’s hemelsnaam, iets – iets dat betekenis geeft aan de plompverloren werkelijkheid die zich voortsleept van dag tot dag, van filmminuut tot filmminuut. En kijk, daar duiken Vladimir en Estragon op. Zij weten niet op wat, maar tenminste wel op wie ze wachten. En in de tussentijd benoemen zij de dingen: bestempelen zij de objecten in de wereld tot kado aan Kersko. Het lijkt een zinloze daad, maar in het benoemen creëren zij betekenis. Je zou het deconstructie kunnen noemen: zij halen vanzelfsprekende objecten uit hun ‘natuurlijke’ context en plaatsen die in een ander lexicon, dat een machtsverhouding is (een kado impliceert bezit, eigendom).

Vladimir en Estragon, de tuinmannen van Kersko, benoemen de dingen. Geen god, geen ideologie en geen Geschiedenis. Ook in Kersko, in 1984, wachten wij nog steeds op het antwoord dat nooit zal komen. Pozzo en Lucky zijn er ook: hier zijn het de dorpelingen, wat Snowdrop Celebrations eigenlijk tot een omkering van Wachten op Godot maakt (Pozzo en Lucky zijn de protagonisten, Vladimir en Estragon de passanten). De dorpelingen maken ruzie over welke jachtclub het meest recht heeft op het wilde zwijn dat is geschoten en wentelen zich in vreten en zuipen, in laveloos zingen en verlangen en in kleine, onbenullige machtsspelletjes, die nooit echt om de macht gaan maar alleen om de impliciete herbevestiging van een fundamentele, banale hiërarchie die hen een plaats geeft en hun onnozele handelingen, hun dagelijkse beslommeringen aanmerkt als cultuur: zolang er een politieagent is, is er een samenleving. Zolang de café eigenaar op bepaalde tijden zijn café gesloten houdt, ondanks het luid scanderen om bier van de dorpelingen voor de deur, is er gemeenschap. Zolang er hiërarchie is, kortom, is er een groep.

Die kleine, banale hiërarchiën zijn de verdedigingslinie tegen de onverdraaglijke leegte. De kleine beperkingen, de kleine machtsuitoefeningen en -corrupties, geven de Pozzo’s en Lucky’s van het dorp hun plaats in een gemeenschap, die buiten dat geen gemeenschap zou zijn. Mooiste voorbeeld daarvan is de openingsscène van de film: een groepje dorpelingen komt midden in de nacht stomdronken het café uit en fietst zwalkend en lallend richting huis. De politieagent houdt hen aan, spreekt hen vermanend toe en trekt vervolgens het vertiel uit hun fietsbanden. Ze moeten verder lopen. Maar de grap is dat zij naar huis fietsten over een volledig verlaten pad in een uitgestrekt, leeg weiland. De agent, zo zien we later, is ook geen kwaaie vent. De zinloze machtsuitoefening is alleen maar uitoefening: een poging om kaders te scheppen, om verband op te leggen aan de losse, losgeslagen elementen die de dorpelingen zijn. De politieagent creëert betekenis in een verder leeg en zinloos universum (voorwaar, vintage Beckett lijkt me.)

En is dat niet precies wat de tuinmannen van Kersko doen? Zoals Beckett en Ionesco de taal benoemden en hun aandacht op de opzettelijk zelfbewuste woorden richtten, om zo de taal af te breken en terug te brengen tot haar meest elementaire bouwstenen (‘hoe construeert taal betekenis?’), zo geven Jiri Menzels Vladimir en Estragon de objecten een bewustzijn van zichzelf (zelfbewustzijn dus), breken zij de objecten in Kersko af – niet letterlijk, niet destructief, maar constructief, door aan te wijzen, te benoemen, te taggen. Geen graffiti, geen quasi-filosofisch inhoudsloos sloganisme, maar het meest fundamentele: woorden zijn vervangen door beelden, maar de queeste van Vladimir en Estragon blijft hetzelfde: om de wereld te begrijpen, moeten we eerst die wereld bevrijden uit de taal waarin ze gevangen zit.

Wachten op Godot is niet voor niets een toneelstuk: Beckett zegt eigenlijk ceci n’est pas du théâtre, of eigenlijk ceci n’est pas un arbre. In Snowdrop Celebrations bestaat de taal, die betekenis in ons injecteert, uit beelden. En Snowdrop Celebrations is niet voor niets een film: Jiri Menzel zegt eigenlijk ceci n’est pas une image. Want het is een blik, een uitsnede, een kader – een mal dus, een stuk papier met wat woorden eruit geknipt. De mal is de film, dat moge duidelijk zijn.

Wat Vladimir en Estragon feitelijk benoemen, is dus onze blik, het kijken an sich. De blik die authenticiteit ziet in de banaliteit van het Tjechische platteland, de blik die schoonheid wil zien in een door god en geschiedenis vergeten dorpje waar leven en dood, mens en natuur in evenwichte balans hangen. De blik van de toeschouwer die als een taalmechanisme werkt en bepaalt wat wij zien maar vooral hoe wij zien. De blik die zegt: dit is een pijp. Maar Vladimir en Estragon, de amateur-fenomenologen van Kersko zeggen: dit is geen pijp, dit is geen muur – dit is een kado van de tuinmannen.

Advertenties

reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s