h1

frame 29 | filmfestival

6 december 2008
Jean-Luc Godard op het filmfestival van Venetië, 1967

Jean-Luc Godard op het filmfestival van Venetië, 1967

Er wordt in onze affluent society automatisch van uitgegaan dat filmfestivals een soort hemel op aarde zijn voor de filmliefhebber. Dat lijkt mij een onjuiste aanname en wel om de volgende redenen.

Het aardige aan films is dat ze altijd met zichzelf in strijd zijn. De film probeert zich de wereld in te werken (gemaakt te worden, een publiek te vinden, een visie uit te dragen), maar komt daarbij onophoudelijk in conflict met zichzelf: met haar economische basis, met haar technologische fundering, met de machtscorrelaties van distributie en exploitatie. In feite werken al die zaken tegen de film-als-film, of om Marshall McLuhan te parafraseren: de film (het medium) is in strijd met haar message. Die strijd wordt meestal beslecht in het voordeel van de omgeving van de film (haar economische, technologische, machtscorrelatieve voorwaarde en waarde), maar is desondanks onlosmakelijk onderdeel van het medium en de message en als zodanig net zo betekenisvol als de letterlijke inhoud van de film.

Het filmfestival treedt op als een instant-omgeving voor de film. Het festival neemt voor een korte periode de rol aan van economische en technologische bedding voor de film – met name op de gebieden van distributie en exploitatie (vertoning), maar het is opvallend dat festivals ook altijd de neiging hebben (of ontwikkelen, als het festival in de loop der jaren succesvol wordt) ook producerende activiteiten ontwikkelen, zoals productiefondsen voor beginnende filmmakers en financiële steun aan filmmakers in weinig kapitaalkrachtige landen (IDFA, Rotterdam, Sundance, Cannes, etc) – filmfestivals ambiëren totale controle over de gehele omgeving van de film. Ook in de receptie (de interpretatie) van de film wordt grotendeels door het festival voorzien, door programmering (de themablokken, retrospectieven), catalogusteksten, aangebrachte hiërarchie (programmeringshiërarchie, wie en wat er in de media wordt gebracht). Kortom: het effect – “de inhoud” – van de films die op een festival worden vertoond, wordt gecreëerd in en door het festival.

Filmfestivals (alle festivals, for that matter) spreken immer de taal van de dominantie. Festivals zijn geen artistieke vrijplaatsen, maar instellingen die in grote mate gebonden zijn aan conventies en wetmatigheden (denk aan de noodzakelijke subsidies, vergunningen, bezoekersaantallen, sponsordeals en -verplichtingen, reclame, “public relations” etc), waarvan de meeste economisch en ideologisch van aard zijn. Dat is niet de schuld van de festivalorganisatoren; dat is nu eenmaal hoe het is. De tijdelijke instant-omgeving van het festival is dus geen vrijplaats, zoals het festival zelf natuurlijk graag doet geloven, maar een exacte kopie – en een voortzetting – van de reguliere film-omgeving. Daar is niks mis mee, behalve het (letterlijk) negatieve effect ervan:

Neem een revolutie. Iedereen weet dat een revolutie van tien dagen geen revolutie is, omdat het niks verandert in de structuur van het onderwerp van revolutie. Maar tijdens de revolutie ontstaat de schijn van verandering en komen wel degelijk zaken naar de oppervlakte die in de normale staat der dingen verborgen blijven. De revolutie stelt de status quo als het ware even uit, last een pauzemoment in, waarin alles omver gekieperd kan worden en ondersteboven gezet. Meestal is het effect dat de status quo er gesterkt uitkomt. Als de pauze voorbij is en de orde der dingen haar gang weer neemt, blijken de revolutionaire omkieperingen juist onderdeel geworden van die orde. De macht heeft zich het verzet eigengemaakt. De loonsverhoging bijvoorbeeld is er gekomen, maar economische ongelijkheid als maatschappelijk uitgangspunt is onveranderd gebleven. Doordat de loonsverhoging er wel is, is een volgende revolutie veel moeilijker te organiseren en te legitimeren. De macht, de sociale orde, of hoe je het noemt, heeft immers geluisterd, heeft iets gedaan, heeft zich aangepast, wat wil je nou nog meer? De revolutie heeft het probleem verder weg doen zakken, dieper naar de ondergrond geduwd, nog onzichtbaarder en fundamenteler gemaakt dan het al was.

(Precies dit was bijvoorbeeld het effect van Nirvana’s rise to fame in begin jaren 90 – de grote platenlabels eigenden zich muziek toe die tot voorheen tot een soort alternatief circuit behoorde; het effect was oa dat het alternatieve muziekprogramma van MTV verdween. Alleen de Nirvana-achtige bandjes die tot een gemiddelde bovenlaag behoorden werden uitgebreid uitgezonden en kregen vette contracten; de bandjes die van dat geluid afweken verdwenen nog verder uit beeld dan voor de coöptatie van Nirvana het geval was.)

Het filmfestival creëert dus een schijn werkelijkheid, een instant-omgeving, die in tegenstelling tot haar schijn juist autoritair is en – door de reguliere film-omgeving (altijd in strijd met de film) te kopiëren en voort te zetten – de dominante machtsverhoudingen tussen film en omgeving (in het nadeel van de film) versterkt. Het filmfestival is vol goede bedoelingen en haar instant-omgeving komt de films die er vertoond worden zeker ten goede. Maar alleen voor de duur van het festival – het festival is het medium. Het effect van het festival blijkt averechts te werken ten opzichte van de intenties en de film juist te benadelen – het effect is de message.

Het is net zoals de Paralympics de discussie over de aannames en uitsluitingsmechanismen in de sport elimineert (want is het bv wel zo logisch als het lijkt dat er bij de Olympische Spelen wel onderscheid wordt gemaakt op basis van lichamelijke validiteit, maar niet op basis van geslacht? – waarom kunnen valide en invalide sporters niet samen op hetzelfde toernooi, net zoals vrouwen en mannen gescheiden sporten maar wel samen op één toernooi?) Zoals de Paralympics de fundamenten (de ideologische aannames) van de sport buiten werking stelt, onzichtbaar maakt, zo doet het filmfestival de omgeving van de film, en haar ideologische fundering, verdwijnen.

In het frame Jean-Luc Godard tijdens een persconferentie op het filmfestival van Venetië van 1967, waar hij de Speciale Juryprijs kreeg voor La Chinoise. Frame (incl. ondertitels) komt uit een extra op deze dvd van La Chinoise – geleend van de DVDBeaver site.

Advertenties

reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s