h1

frame 33 | idee vs beeld

25 juli 2008
La Chinoise

La Chinoise | Jean-Luc Godard, 1967

Wat is er krachtiger: het idee of het beeld? Ik zou 40 jaar na dato precies het omgekeerde zeggen: il faut confronter les images claires avec des idées vagues. De beeldtaal van de massamedia (reclames, videoclips, youtube, etc) is zo dominant geworden dat de film alleen nog in twee varianten lijkt te kunnen reageren: reproductie van die beeldtaal (de commerciële film, televisiefilms) of rücksichtslos de andere kant op: wijde kaders, veel verstilling, gedempte kleuren, de groffe korrel, et cetera. Dat zijn allebei “images claires”, wat ik dan even opvat als een uiterst consequente, formele beeldtaal die de ideeën (- de thematiek) als het ware kadreert. Duidelijkste voorbeeld: Dogville (Lars von Trier, 2003), alhoewel die film nu net weer niet in het volgende argument past.

Het gekke is dat die hele videorevolutie de film vooral visueel heeft geschaad. Je zou zeggen, juist esthetisch gaat er een wereld aan mogelijkheden open, maar het lijkt alsof de film de afgelopen 25 jaar vooral esthetisch stil heeft gestaan. Zoals Kurosawa al eens ergens zei, de film is van een expressief in een descriptief medium veranderd. Dat lijkt me een overgang van openheid (van betekenis, interpretatie, etc) naar afsluiting (- door iets te beschrijven, sluit je in feite mogelijkheden, dwz potentiële betekenissen, uit/af).

Dat stoorde Kurosawa al lang voor de komst van video, maar video heeft die ontwikkeling van open beelden naar gesloten, of gecontroleerde, beelden versterkt: video is niets anders dan de formalisering van beeldtaal. Nogmaals: dat is vreemd, want video is dynamischer, soepeler, leniger materiaal dan film. Die formalisering heeft dan ook vooral plaatsgevonden binnen, en ten opzichte van de “videocultuur”, as opposed to video-als-materiaal. (Videocultuur is natuurlijk een lekker makkelijk containerbegrip waar je alles op kan gooien als je er even niet uitkomt (bij deze), maar mijn idee zou zijn dat het duidt op de culturele trend waarin entertainment/commercie en informatie/communicatie samenvallen en een ‘discours’ gaan vormen, buiten de (traditionele/journalistieke) media om; dus waarin uiteenlopende zaken als bv reclame, kunst, consumententechnologie en roddel op een welhaast ‘virale’ wijze samenkomen in één geüniformeerd interface.)

Nou ja, dit is wat ik bedoel: muziekvideo’s uit de jaren 80 waren een stuk speelser, met al die typische ik-heb-een-nieuw-trucje-ontdekt effectjes, dan de gepolijste hedendaagse clips, die vooral te koop lopen met hun eigen production values. Of wat te denken van de iconische Aerosmith clips uit begin jaren 90, waarin niets minder werd geprobeerd dan een archetypische, epische liefdes-vertelling in 3 minuten te persen, wat behoorlijk goed lukte en aldus veel zei over culturele adaptatie.

De huidige muziekvideo’s zijn ontegenzeggelijk mooier, esthetischer en gestileerder. Maar ook meer rigide, vormvaster, en daardoor – in de brede zin van het woord – klinischer. Vergelijk bijvoorbeeld deze clip van The Times uit 1983 en deze clip van Gwen Stefani uit 2006. De clip van Gwen Stefani wil vooral speels en carnavalesk overkomen; de clip van The Times is het (- om Kurosawa even te misbruiken: de clip van The Times is expressief, terwijl de clip van Gwen Stefani vooral Gwen Stefani beschrijft).

Gwen Stefani is dan ook een merknaam, ze heeft een imago op te houden, platen en kleding te verkopen en ‘in de media’ te blijven. De clip moet, met andere woorden, haar circulatie in de videocultuur veilig stellen. De clip van The Times dateert uit de begindagen van MTV (lancering: 1981) en maakte weliswaar al onderdeel uit van de videocultuur (de clip is één lange referentie aan de Britse tv serie The Prisoner), maar kende natuurlijk nog niet de virale zelfreferentialiteit (en zelfbevestiging) van Internet cum suis.

Het is dus de videocultuur die (generaliserend gesproken) van beelden images heeft gemaakt (pun intended – images dient hier zowel in de engelse als de franse variant gelezen te worden). En een image is altijd gecontroleerd, beheerst en eenduidig – images zijn altijd images claires.

Vergelijk bijvoorbeeld ook de films die Jean-Luc Godard maakte tot zo ongeveer La Chinoise (zie frame) met de beeldtaal van Steven Soderbergh (vooral Out of Sight (1998) en zijn Godard rip-off The Limey (1999). En mix dan ook een anarchistische film als O Lucky Man! (Lindsay Anderson, 1973) in de equatie. Of (want het is niet zo eerlijk Europa met de VS te vergelijken), zie het verschil tussen gecontroleerde films als Magnolia (Paul Thomas Anderson, 1999), Requiem for a Dream (Darren Aronofsky, 2000) of 21 Grams (Alejandro González Iñárritu, 2003) – en ongecontroleerde films als Mean Streets (Martin Scorsese, 1973), de eerste paar films van Brian De Palma of Faces (John Cassavetes, 1968).

Het is geen kwestie van ‘vroeger was alles beter’ (wat voor de film overigens wel klopt); het gaat hier om een omkering van de hiërarchie tussen images claires en idées vagues.

/ reimer van tuinen

Advertenties

reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s