Archief voor de ‘metaframes’ Categorie

h1

frame 37 | regarding the others

26 juli, 2009
Judex | Georges Franju, 1963

Judex | Georges Franju, 1963

Er zijn af en toe van die momenten in een film waarop de film terug-kijkt. Niet te verwarren met films die ‘kijken’ – dwz zich direct tot de camera richten, zoals wanneer een personage rechtstreeks tot de camera spreekt. Dat is in feite een extensie van de voice-over, een wat flauwe manier om meta-informatie over te brengen. Maar dat is geen spiegeling, want wij, toeschouwers, kijken op een andere manier, die niet zelfbewust is maar de handeling (het kijken) juist doet vergeten.

‘Terug-kijken’ vindt plaats binnen dezelfde mode of address die de film de toeschouwer heeft opgelegd. De personages die vanaf het scherm terug-kijken naar de toeschouwer in de zaal of de tv kijker thuis op de bank doen dat binnen dezelfde kijk-conventies als die toeschouwers, wat erop neerkomt dat zij (de personages) ons (de toeschouwers) juist niet direct aankijken – wat zij terugkaatsen is het kijken, niet de blik.

Wat in het terug-kijken wordt gespiegeld is niet de kijker zelf, maar zijn precies die conventies die de toeschouwer beschermen tegen het illusie-verstorende potentieel van de werkelijkheid. Zoals in bovenstaand frame, waarin de bioscoop ervaring wordt geïmiteerd door middel van de wederkerige kijkrichting (schuin langs de camera, zodat er een tegenshot – het object van waarneming – wordt uitgelokt), de ontkenning van de aanwezigheid van de camera (de ‘vierde wand’ blijft intact) en het perspectief (de opeenvolging van kijkers/toeschouwers in de diepte, zoals er ook in de bioscoop iemand met een gek hoedje voor je het zicht kan belemmeren).

Hier dus geen narcistisch moment, zoals in het zelfbewuste ‘kijken’, waarin de film zich direct tot de toeschouwer richt, maar het eigenlijk alleen over zichzelf heeft (en de toeschouwer dus tegelijk direct aanspreekt én volledig ontkent). Terug-kijken plaatst ons werkelijk op het scherm, doet de scheiding tussen ons en de acteurs verdwijnen, lost de grens tussen fictie en realiteit op.

Op die manier maakt een film de kijk-ervaring zichtbaar, zonder die te verstoren. De film laat ons zien wat wij doen: dat we onszelf voor de gek houden – suspension of disbelief – maar verhindert niet dat wij daar gewoon mee doorgaan. Het is een eerlijk moment, het terug-kijken van een film, maar verpakt in leugen. Het is een ontmaskering die binnen de illusie blijft, of om in de context van het frame te blijven: een ontmaskering op een gemaskerd bal (dwz: je doet je masker af, laat zien wie je bent, maar blijft op het bal – het feest gaat door).

Is dat de beste vorm van systeemkritiek, omdat de kritiek zichzelf niet marginaliseert door zich buiten het onderwerp van kritiek te plaatsen? Of is het een vorm van neutralisering, omdat het zelfbewustzijn (het bewustzijn van de leugen) wordt ingelijfd in het systeem en de werkelijkheid onderdeel wordt van de illusie?

Het is in ieder geval verontrustend, want we zien de leugen in haar volle glorie – en gaan er toch, nog steeds, gedwee in mee.

h1

frame 39 | metaframe 01

17 juli, 2008
Im Lauf der Zeit

Im Lauf der Zeit | Wim Wenders, 1976

De projectionist staat op een ladder om een luidspreker achter het filmdoek te monteren. Zijn metgezel doet een bouwlamp aan – en ziedaar: de geboorte van de cinema. In vorm, maar ook in haar elementaire inhoud: de kinderen in de zaal vermaken zich waarschijnlijk beter met het primitieve slapstick schaduwspel dan met de derderangs kinderfilm die vertoond zou worden.

Maar Wim Wenders laat de geboorte van de cinema tegelijk haar einde zijn. Of de film überhaupt nog vertoond wordt, krijgen we niet te zien. Aan het einde van Im Lauf der Zeit legt Wenders het ons uit in de woorden van een bioscoopeigenaar die haar bioscoop weliswaar open houdt, maar geen films meer vertoont. Omdat, in haar woorden, films alleen nog maar uitbuiting zijn van “alles wat er in de ogen en hoofden van mensen überhaupt nog uit te buiten valt”. Ze weigert films te vertonen waar de toeschouwers alleen nog betoverd worden door domheid en waarin alle levenslust vernietigd wordt.

Haar laatste woorden (en de laatste woorden in de film) zijn: “Aber so wie es jetzt ist, ist es besser es gibt kein Kino mehr, als das es ein Kino gibt sowie es jetzt ist.”